top of page
Zoeken

"Yu musu teri mi - Akui Aku" Deel 2: De meisjes uit de buurt noemden mij plata billen.

  • Foto van schrijver: Lex
    Lex
  • 4 dagen geleden
  • 7 minuten om te lezen

Pesten doet iets met je. En het heeft geen reden nodig.


Iedereen denkt dat je gepest wordt om wat je mist. Om wat misschien anders is aan jou.

Maar je kunt net zo hard gepest worden om wat je wél hebt. Om je kleding. Om je merken of omdat je opvalt. Ik heb het allebei meegemaakt.


Ik zat eerst op een middelbare school in Amsterdam-Zuid. Op de Havo.

Daar was merkkleding heel normaal. Iedereen droeg het. Daar viel ik niet op, daar hoorde het er gewoon bij.


Maar ik was geen studiebol. Ik bleef twee keer zitten waardoor ik van de Havo richting het vmbo zakte. En toen moest ik weg van mijn veilige school, naar een vmbo school in Amsterdam-West.


De kleding ging met me mee. Ik heb altijd bijbaantjes gehad in de detailhandel, in schoenenwinkels, in kledingzaken en ik was goed in sales. Echt goed. Door de korting kon ik de merken blijven dragen die ik gewend was maar ook omdat ik de spullen mooi vondt.


In Amsterdam - West werd dat geen voordeel. In West werd het gedonder.


Ik hoorde nergens bij. Ik werd vies weggekeken en in de pauze zat ik altijd alleen, met mijn BreakOut op schoot en mijn hoofd naar beneden. Ik gaf ze niks. Geen blik, geen aandacht. En juist daarom werd het fysiek.


Minimaal drie keer per week moest ik vechten. Ze wachtten me op, buiten de school.

Er was geen reden. Gewoon niet. Het enige wat ik te horen kreeg was; "waarom doe je stoer?" - uhum oke. De Botticelli schoenen die ik droeg werden benoemd naar Bottinellies, alsof ze niet echt waren.


Tot de dag dat mijn moeder het zat was. En zelf naar school kwam.


Ik weet nog heel goed, dat ik op een maandagochtend de school binnenliep en gelijk aangevallen werd. Ik had inmiddels al verplicht leren vechten maar nu werd ik echt overrompeld. Na veel te lang te moeten vechten en niet uit elkaar te worden gehaald ging ik bij het grote glazen raam zitten. De adrenaline schoot door mijn lijf met mijn eastpak op mijn schoot. Ik zocht in mijn voorvakje naar mijn telefoon, mijn nokia 3210 want die hoorde ik afgaan, alsof mijn moeder het wist.


Ik nam op en ze hoorde aan mijn stem dat ik net, zo vroeg op de ochtend weer had moeten vechten. Ik zei: "Sorry mam, nu even niet, ik heb net weer gevochten"

Ze antwoorde in het sranan tongo, "Nu is het klaar" - waar nog een aantal grove scheldwoorden volgden. Voordat ik iets kon zeggen had ze opgehangen en ik wist heel goed hoe laat het was, mijn moeder was onderweg.


Terwijl ik naar buiten staarde, alle uitdagende kreten vanuit de hoek van de aula negeerde, zag ik mijn moeder de parkeerplaats oprijden. De manier waarop ze de stoepjes meenam en de auto scheef in het vak parkeerde maakt me intens spaans benauwd.

Mijn alertheid op de groep meiden in de hoek sloeg volledig om op de donkergroene Peugeot 206 van mijn moeder. Ze stapte uit en ze had mijn peetbroer meegenomen.

Ik legde mijn voorhoofd in mijn handen, sloot me ogen en deed een supersnel schiedgebed. Wetende dat het al te laat was.


Het raam van de school was zo groot dat iedereen in de aula kon zien hoe mijn moeder als Tazmania Devil over het schoolplein stormde. Mijn peetbroer kon haar amper bijhouden.

Ik bleef verstijfd op mijn stoel zitten want ik wist dat mijn moeder naar me toe zou komen, ze had me in ieder geval zien zitten dus nu kon ik ook geen kant meer op.

Toen ze naast mijn stoel stond, stond ik op en ik zei: "Mam, laat het"

"Sharifa, wie heeft jou geslagen? "

"Ma, please laat het"

"Sharifa, no mek mi kisi mi wintie ( laat me niet gek worden ), als je me niks zegt klap ik jou nu hier"


Oke stop, ik wist dat mijn moeder de waarheid sprak en ik kon echt geen klappen meer incasseren op deze ochtend. Zonder twijfel wees ik naar de hoek in de aula en zei: "Zij heeft me geslagen"

Mijn moeder vloog naar haar toe en zei: "Heb jij mijn dochter geslagen"

Vol trots en een kin in de lucht antwoordde ze: "Ja, ik heb haar geslagen"


In een splitsecond was de aula te klein, het scherpe gierende geluid van stoelpoten en tafels die alle kanten opschoven was zo luid en schel dat iedereen in de aula dekking zocht.

Ik was jong maar snapte heel goed dat het niet oke was dat een volwassen vrouw een jong meisje alle hoeken van de aula liet zien. Ik keek naar mijn peetbroer en dacht, DOE IETS. En hij greep in.


Mijn moeder was woest en schreeuwde door de aula: "Raak mijn kind nog een keer aan"- : "Denken jullie maar dat ze alleen is!" Terwijl ik dit opschrijf voel ik opnieuw de brok in mijn keel. Ik zat er echt niet op te wachten dat mijn moeder naar school kwam, dat voelde natuurlijk als een teken van zwakte, maar inderdaad, ik had geen vriendinnen daar op school maar mijn moeder telde op die ochtend voor een hele tribe.


Mijn moeder werd in het kamertje van de concierge gebracht en na een uur stapten we samen de auto in. Waarom deze dag zo op mijn netvlies staat? Dit was de eerste dag, dat ik mocht voelen dat er iemand voor mij opkwam. Begrijp me niet verkeerd, ik ben totaal geen voorstander van geweld maar ik was letterlijk en figuurlijk uitgeput van het vechten.


Vanaf die dag heb ik niet meer te hoeven vechten. Ik kreeg af en toe in de gang een laffe opmerking: "Gaat ze haar moeder halen?" - ik dacht: "Inderdaad en daarom hou jij nu je poten thuis"


Maar er was nog een soort pesten. Eentje die niet op straat bleef. Eentje die naar binnen kroop, ver onder mijn huid en in mijn lichaam. Hierboven vertel ik hoe ik mij fysiek moest verdedigen. Maar mentaal kon ik het niet goed reguleren en heeft deze vorm van pesten een grote vlek op mijn hart achtergelaten.


In de Surinaamse cultuur waren rondingen bijna vanzelfsprekend. Billen, heupen en vrouwelijke vormen.


En ik? Ik had het lichaam van mijn Indonesische kant meegekregen. Slank. Fijn gebouwd. Plat van voren, plat van achteren, tenminste zoals zij dat noemden.


Ik groeide op in Amsterdam-West, tussen meiden die heel goed konden voelen wie anders was.


Mijn moeder hoorde niet bij de groep moeders uit de buurt. Ze werkte altijd. Geen uitkering, geen koffiekransjes op het plein. Gewoon een vrouw die veertig uur werkte om haar kinderen alles te kunnen geven wat zij vroeger misschien niet had.


Daardoor droeg ik als jong meisje merken zoals Anti-flirt, Tark en Indian Rose. Mooie kleding. Goede broeken. Dure schoenen. En juist dat maakte me zichtbaar.


Maar wat nóg zichtbaarder was in hun ogen, was wat ik níét had.

"Platta billen!" (platte billen) riepen ze van een afstand. Keer op keer. Dat was standaard als ik een stap buiten de deur zette. Ik was veertien toen die woorden zich ergens diep in mij vastzetten. Zo diep, dat ik op de middelbare school jarenlang standaard een shirt om mijn middel bond zodat niemand de vorm van mijn billen kon zien. Een donkerblauw "chipie" shirtje hoorde standaard bij elke outfit.


Op het mbo kocht ik kleding niet omdat ik het mooi vond, maar omdat het mijn lichaam verborg. Sommige broeken vond ik prachtig in de winkel, tot ik mezelf van achteren zag in de spiegel. Woorden hebben kracht en kunnen zich vastzetten in een lichaam.

Jaren later stond ik in een club in Suriname - Torarica. Ik was begin dertig inmiddels. Nog steeds niet volledig vrij van die onzekerheid, maar ik kon het anders dragen.


Die avond bleef een man maar aandringen om met hem mee naar huis te gaan. Ik had nul interesse, maar hij bleef pushen. Mijn vriendin, laten we haar Michelle noemen, ging letterlijk voor me staan en zei: "Ze gaat nergens met jou mee." Later die nacht stuurde Michelle me een screenshot.


"Shar, ik zei toch dat ik hem ergens van ken, heb hem gevonden op Facebook."

Ik keek naar zijn profiel. Naar zijn foto's. En daar stond hij met zijn getrouwde vrouw.

En daar was ze. Het meisje dat vroeger van een afstand "platta billen" naar me riep, bleek inmiddels zijn vrouw te zijn.


Het voelde niet als wraak. Ook niet als overwinning. Ik ga niet liegen dat ik dacht; "Oh, jouw man had geen moeite met mijn Indonesische platte billen" Maar het voelde vooral alsof het leven me heel even liet zien hoe lang ik mezelf bekeken had door de ogen van anderen. Terwijl mijn lichaam al die tijd nooit het probleem was geweest.


Ik heb heel lang nagedacht of ik hierover wilde schrijven. Niet omdat ik vandaag de dag nog onzeker ben over mijn lichaam, want dat ben ik niet meer. Maar omdat ik tijdens het schrijven opnieuw kon voelen hoe diep woorden zich in een jong meisje kunnen vastzetten. Alleen kijk ik daar nu niet meer naar met schaamte, maar met zachtheid voor wie ik toen was.


Pesten lijkt voor de buitenwereld soms maar een grapje. Een opmerking. Een bijnaam. Iets waar je “niet zo gevoelig voor moet zijn”. Maar voor degene die het overkomt, kan het veel dieper gaan. Woorden blijven soms jarenlang hangen. Ze kunnen onzekerheid zaaien, het zelfvertrouwen beschadigen en iemand het gevoel geven dat hij of zij niet goed genoeg is.


Ik weet uit eigen ervaring hoe het voelt om beoordeeld te worden op iets waar je geen controle over hebt. Daarom wil ik je vragen: kijk niet weg als je ziet dat iemand wordt gepest. Of het nu op school is, op straat, op het werk of online. Een klein gebaar, een vriendelijk woord of het opnemen voor iemand kan een wereld van verschil maken.


Misschien ken je iemand die wordt gepest. Misschien zie je het gebeuren. Misschien heb je zelf ooit meegedaan zonder erbij stil te staan wat het met iemand deed. We kunnen niet veranderen wat er vroeger is gebeurd, maar we kunnen wel kiezen hoe we vandaag met elkaar omgaan.


Want achter ieder mens schuilt een verhaal dat je niet altijd kunt zien. En iedereen verdient het om met respect behandeld te worden.

 
 
 

Opmerkingen

Beoordeeld met 0 uit 5 sterren.
Nog geen beoordelingen

Voeg een beoordeling toe
bottom of page